blogspot visitor

22 april 2007

Hersenletsel en ethisch oordeel

Damage to the prefrontal cortex increases utilitarian moral judgements
By Antonio Damasio
Nature 446, 908 (2007)

Here we show that six patients with focal bilateral damage to the ventromedial prefrontal cortex (VMPC), a brain region necessary for the normal generation of emotions and, in particular, social emotions, produce an abnormally 'utilitarian' pattern of judgements on moral dilemmas that pit compelling considerations of aggregate welfare against highly emotionally aversive behaviours (for example, having to sacrifice one person's life to save a number of other lives). In contrast, the VMPC patients' judgements were normal in other classes of moral dilemmas. These findings indicate that, for a selective set of moral dilemmas, the VMPC is critical for normal judgements of right and wrong. The findings support a necessary role for emotion in the generation of those judgements.

---

Wellicht schuift Mulisch in De zaak 40/61 dus te makkelijk terzijde dat Adolf Eichmann een schedelbreuk en mogelijk hersenletsel had opgelopen bij een zwaar verkeersongeval (hij reed motor). Het is denkbaar dat Eichmann zijn empathisch-ethische vermogen was kwijtgeraakt en op moreel vlak uiterst vatbaar geworden voor schijnbaar rationele[*] utilistische overwegingen, in zijn geval van het type 'het Duitse volk zal opbloeien als de minderheid van Joden en andere niet-ariërs eruit wordt verwijderd, omdat raszuiverheid van het collectief tot de beste prestaties leidt'.

Hierbij zou kunnen passen dat Eichmann volgens Mulisch tot in zijn periode in Argentinië na de oorlog toe, grote sympathie had voor het zionisme en het niet kon verkroppen - misschien zelfs op een verwrongen manier een ideaalbeeld dat hij eerder van Joden had gevormd, in duigen zag vallen - toen de meeste Joden niet naar Israël bleken te willen vertrekken maar in Duitsland blijven en daarom 'tekort schoten als Jood' (aldus een vraag die Mulisch opwerpt maar zegt niet te kunnen beantwoorden). Zeg: in Eichmanns ogen geen 'raszuivere' Joden bleken te zijn. Dit is sowieso zeer speculatief; en zie ook de noot hieronder.

Later toegevoegd:

'In newly released tape, Eichmann heard boasting about his role in Holocaust'
Door Ofer Aderet, Haaretz, 3 april 2011

Noot

[*] Deze duiding loopt waarschijnlijk spaak vanwege het slechts schijnbaar rationele van Eichmanns veronderstelde gedachtegang. Wie werkelijk utilistisch denkt, al is het slechts kil, zal niet tot Eichmanns oordeel kunnen komen: 1. dat Duitsland erop vooruit zou gaan zonder de Joden, die juist aantoonbaar bijdroegen aan het welvaren van de maatschappij; en bovendien 2. zelfs gesteld dat men 1. oprecht, zij het zich vergissend, waar zou vinden: dat dan uitroeiing een beter middel was dan gedwongen emigratie - immers: er zou in totaal méér geluk zijn als de Joden als apart volk elders een goed bestaan zouden kunnen opbouwen, zoals Eichmann eerst ook leek voor te staan, gezien zijn sympathie voor het zionisme.
Anders gezegd: het besluit tot de Endlösung valt zelfs niet te rechtvaardigen met een ijskoude utilistische redenering (want ook die behoort per definitie rationeel te zijn, hoe puur berekenend ook) en is dus onvergelijkbaar met het besluit enkele mensen op te offeren als dit vrijwel zeker het leven van méér anderen redt - het klassieke voorbeeld van de overladen reddingsboot.
Toch is hiermee denk ik niet met zekerheid aangetoond, dat hersenletsel bij Eichmann geen belangrijke rol heeft gespeeld. De politieke geschiedenis leert dat veel mensen vatbaar zijn voor een irrationele ideologie, die zij zelf juist volmaakt rationeel achten. Verder had Eichmann mogelijk een nog ernstiger vorm van schade opgelopen dan in bovenvermeld onderzoek onder de loep is genomen.


Illustratie: De zaak 49/61 door Harry Mulisch. In het midden Eichmann, links en rechts montages van elk van zijn twee gezichtshelften aangevuld met het spiegelbeeld daarvan. De botbreuk zit in de linkerhelft van Eichmanns schedel (vanuit Eichmann gedacht; Mulisch spreekt over de rechterhelft, wat gezien is vanuit de positie van iemand die Eichmann aankijkt). Overigens beschouwt Mulisch juist de linker-montage (dus die van de niet beschadigde gezichtshelft, die er op het eerste gezicht misschien minder sinister lijkt uit te zien) als Eichmanns ware, misdadige gelaat.

Natuurkunde: 'niet-lokaal realisme' experimenteel getest

An experimental test of non-local realism
Nature 446, 871-875, 19 April 2007

Zie ook:

Quantum mechanics: To be or not to be local
Nature 446, 866 (2007), Author: Alain Aspect

The experimental violation of mathematical relations known as Bell's inequalities sounded the death-knell of Einstein's idea of 'local realism' in quantum mechanics. But which concept, locality or realism, is the problem?

18 april 2007

Het glinsterpad der dingen

Om de een of andere reden mijmerde ik vanochtend over het "zwaard van de zon" in het boekje "Palomar" van Italo Calvino, dat ik lang geleden las.

Boekomschrijving:
In Palomar schetst Calvino het vermakelijke beeld van een man die zijn blik als een telelens richt op wat hem dagelijks onder ogen komt. Meneer Palomar is geen dromer, maar een denker, die door zijn obsessieve werkwijze van iedere mug een olifant maakt. Zijn geïsoleerde aandacht voor de dingen heeft een gemoedstoestand tot gevolg die hem een normale omgang met zijn medemens belet. Zwijgend probeert Palomar zich aan zijn omgeving te onttrekken en een eigen moraal te vormen. Maar is hij in staat de taal van de buitenwereld die zich aan hem opdringt, volledig buiten te sluiten?
Leuke vondst dienaangaande op het net:
The Glitter Path: an everyday life phenomenon relating physics to other discplines:
As is well known from other reflection phenomena, e.g. the rainbow or the 'heiligenschein', each glitter path is unique therein that it belongs to the observer. Due to the physical fact, that only those points of the rippled surface appear lit by the light source which according to the law of reflection had an appropriate slope, the location of the 'sword of the sun' depends crucially on the observer's position. This explains, why Mr. Palomar saw the sword always directed to him.
Het blinkende zwaard, het glinsterpad op de zee tussen jou (aan het strand) en de ondergaande zon, bestaat niet op zichzelf, is niet uit zichzelf. Waar je je ook aan het strand bevindt, overal sta je aan de punt van het zwaard; dat geldt ook voor de andere wandelaars; er zijn zoveel glinsterpaden als er waarnemers zijn - en als het strand leeg is, zijn er geen strookvormige lichtspiegelingen (of oneindig veel). Als ik een eindje van jou af sta, zie ik geen op jou gericht zwaard, wel een in mijn richting. Echter: de zon zou de zon niet zijn zonder de glinsterpaden op het water. Als we op een dag geen spiegelingen meer zouden zien, dan was de zon niet meer dezelfde zon of de zee niet meer dezelfde zee.

De sprong die je vervolgens kunt maken (of is dit een denkfout!) is: begrijpen dat wat je ziet van de zon zelf - namelijk het fel stralende, gele, schijfvormige ding vlak boven de horizon - net als het op de zee drijvende zwaard zowel 'illusoir' is als dat het werkelijk hoort bij de zon, deel uitmaakt van de identiteit van de werkelijke zon. Je bent een aspect, een verschijningsvorm gewaar van de zon en van de zee. Voor iemand op een andere breedtegraad, bijvoorbeeld, heeft dezelfde zon een roodoranje kleur (dicht op de horizon staand), terwijl hij voor jou geel is (een eindje boven de horizon).

In Plato's vertelling van de grot gaat het om de sprong van het min of meer vertrouwde verband tussen ding en afbeelding (zoals de schaduw, het spiegelbeeld) naar het moeilijk te doorgronden verband tussen het ware en schijnbare ding, wezen en waargenomene, identiteit en veelheid van gestalten, eenheid en ontvouwing.

Maar wellicht niet in de geest van Plato zou ik denken dat wat wij waarnemen (van iets), zowel 'illusoir' is, als dat het noodzakelijk behoort tot de werkelijke identiteit (van iets). In de aspecten, door de verschijningsvormen, neem je het ding zelf waar. Als het ware langs het glinsterpad, 'over the rainbow' (maar niet aan gene zijde!), bereik je het ding zoals het werkelijk is; je bent je van het ding zelf bewust, zij het bij benadering.
Somewhere over the rainbow
Way up high
And the dreams that you dreamed of
Once in a lullaby
Somewhere over the rainbow
Blue birds fly
And the dreams that you dreamed of
Dreams really do come true
Someday I'll wish upon a star
Wake up where the clouds are far behind me
Where trouble melts like lemon drops
High above the chimney tops is where you'll find me
Somewhere over the rainbow bluebirds fly
And the dreams that you dare to, oh why, oh why can't I?
Well I see trees of green and Red roses too,
I'll watch them bloom for me and you
And I think to myself
What a wonderful world
Well I see skies of blue and I see clouds of white
And the brightness of day
I like the dark and I think to myself
What a wonderful world
The colors of the rainbow so pretty in the sky
Are also on the faces of people passing by
I see friends shaking hands
Saying, "How do you do?"
They're really saying, I...I love you
I hear babies cry and I watch them grow,
They'll learn much more than
We'll know
And I think to myself
What a wonderful world
Someday I'll wish upon a star,
Wake up where the clouds are far behind me
Where trouble melts like lemon drops
High above the chimney tops is where you'll find me
Somewhere over the rainbow way up high- uit The Wizard of Oz; tekst E.Y Harburg
In The wonderful wizard of Oz wordt de vraag opgeworpen of de copper man zichzelf blijft als al zijn onderdelen een voor een worden vervangen. Dit is het probleem van de essentie van een ding, het 'wat' van een ding, in de filosofie bekend als het 'Schip van Theseus'.

Curieuze associatie bij bovenstaande associaties: Frank L. Baum, de schrijver van 'The Wonderful Wizard of Oz' (1900), was volgens deze website lid van de Theosophical Society. En op de site staat:
Maya or illusion is an element which enters into all finite things, for everything that exists has only a relative, not an absolute, reality, since the appearance which the hidden noumenon assumes for any observer depends upon his power of cognition.
Niets bestaat, dat niet iets anders aanraakt (Jeroen Brouwers). De dingen en de mensen werken in elkaar door, lopen in elkaar over, verschijnen in elkaar[*].

De waarnemer heeft of vormt een beeld, een indruk van het ding zelf, van het ding zoals het is - het beeld is als het ware een deel van het ding, het is geen beeld van een beeld, van een beeld, van een... ad infinitum. Dat "als het ware" duidt het mysterie aan?

Betekent het bovenstaande, dat de waarnemers medescheppers van de dingen zijn? Is waarnemen tevens 'waargeven'? Dit is in zeker opzicht plausibel wat betreft de dingen die we zelf maken en vormgeven, het culturele, al zijn er voltooide werken, die zich lenen voor louter beschouwing, zou ik denken, en die niet veranderen door die beschouwing noch daarop zijn aangewezen. Maar het is moeilijk te begrijpen ten aanzien van de natuurlijke dingen voor zover zij met rust worden gelaten - planten, dieren, rotsformaties, moerassen, meren et cetera - dat wil zeggen ten aanzien van wat schijnbaar uit zichzelf is wat het is, van wat is uit zichzelf.

Maak overigens niet de vergissing om geen onderscheid te maken tussen een 'subjectieve illusie' (zeg een hallucinatie) en een 'intersubjectieve illusie' (zoals hierboven bedoeld). Als je pal naast meneer Palomar gaat staan en je blik richt naar de zijne, zie je hetzelfde als hij, tenzij een van jullie hallucineert of lijdt aan een andere waarnemingsstoring - in die zin is het zwaard, de spiegeling van de zon op het water zoals een mens die kan waarnemen, beslist géén illusie, net zo min als wat je ziet van de zon, en de zon zelf. 'Illusie' is in de tekst voorafgaand aan deze alinea een provisorische aanduiding geweest: het zwaard van de zon bestaat niet op zichzelf, is niet uit zichzelf, maar is wel een werkelijke verschijningsvorm van de zon.

Ook is het natuurlijk onzinnig het onderscheid te verdoezelen tussen een ding en zijn spiegelbeeld, afspiegeling, beeltenis, model, replica, metafoor of andersoortige weergave of doorwerking. We zijn nu juist in staat dat onderscheid te maken (de spiegeling van een lantaarnpaal in een etalageruit kan je niet met je handen omvatten, bijvoorbeeld, en geeft het geluid van de etalageruit als je er tegenaan klopt).
Mijn gestalte in de spiegel heeft geen geur, is niet tastbaar, neemt geen (plek in de ) ruimte in et cetera. Maar zonder het mij spiegelen, het mij weerspiegeld zien, letterlijk, of figuurlijk in de feedback van het andere en de anderen, is mijn identiteit onbestaanbaar of zou ik althans niet mijzelf zijn geworden en wordend blijven - om het eens paradoxaal uit te drukken. (Een neurologische kijk op het zelf en het spiegelbeeld is hier te vinden.)

Dit las ik na het schrijven van het bovenstaande: "Heidegger argues in 'Being and Time', an appearance is 'that which shows itself in something else,' while a phenomenon is 'that which shows itself in itself'." Het zwaard van de zon is in deze termen een "verschijning" van de zon, terwijl wat je ziet van de zon zelf "fenomeen" is, zou ik denken. Binnen de natuurwetenschappelijke representatietheorie van de waarneming zijn alleen verschijningen denkbaar - de dingen worden via onze zintuigen in onze hersenen afgebeeld en wij maken er wiskundige modellen van - en is dat wat de theorie desondanks heet te verklaren, het zich in zichzelf tonen van de dingen, de 'fenomenaliteit' van de wereld, niet te vatten. Humbug of een cruciaal inzicht?

Een vergelijkbare benadering: denk aan een bloem in de berm van het pad waar je loopt. De bloem zou geen werkelijke bloem zijn, als ze niet zou verwelken en uiteindelijk verteren. Evenmin als ze niet was voortgekomen uit het zaad van een van haar voorgangers. De bloem is veel meer dan wat zich onmiddellijk aan je voordoet. De bloem is (ook) een proces, een ontwikkelingsgang, wat geen abstractie is met de tijd als wiskundige variabele, maar een zich aan mensen voordoen in de loop van met elkaar samenhangende 'hedens'.

En neem de tafel waaraan je zit. Erop kloppen brengt een geluid voort, dat evenzeer tot de tafel behoort als de kleur en de textuur ervan.

Wat je hier en nu gewaar wordt, is dus niet het volledige ding - maar je neemt volgens mij wel het ding zelf waar. En het ding zou het ding niet zijn zonder de zowel 'illusoire' als tot zijn identiteit behorende verschijningsvormen - fenomenen (het ding zich tonend in zichzelf, zij het niet in alle opzichten) zowel als verschijningen (het ding zich tonend in iets anders).

Edmund Husserl stelt - in een andere zin dan Kant - dat het ding transcendentaal is: noch een verzameling primaire eigenschappen (Locke e.d.), noch een wiskundig, natuurkundig, scheikundig et cetera model, noch een gesteldheid van een deel van de hersenen (neurobiologie), noch een afbeelding, term in een taalspel of metafoor (logica, taalfilosofie, structuralisme, sociologie e.d.), noch een louter zintuiglijke gewaarwording, noch het geheimzinnige "Ding an sich" of onze aangeboren 'reconstructie' daarvan (Kant) - misschien meer iets als de idee van Plato, maar dan non-dualistisch opgevat, zoals, meen ik, Cornelis Verhoeven het doet? [Toegevoegd februari 2012: mogelijk knoopt Verhoeven en/of Husserl aan bij Plato's begrip chora; ik heb daaromtrent te weinig kennis van zaken.] Een kentheoretisch ultiem valide [totaal evidente] omschrijving? Als ik het goed begrijp, ontkent de latere Husserl het uit zichzelf zijn of op zichzelf bestaan van de dingen, los van bewustzijn; en richt Heidegger zich juist op het zijn van de zijnden, ik neem aan beschouwd als een zijn dat niet is aangewezen op bewustzijn. Ik zou zeggen dat Heidegger nogal een punt heeft, want de trancendentale fenomenologie van Husser lijkt er uiteindelijk op neer te komen, dat er afgezien van een 'wezenloos' bewustzijn eigenlijk niets is. Husserl lijkt het dragende of grondende - bij Heidegger het zijn? - van de wereld gelijk te stellen aan een soort onpersoonlijk, zuiver, intersubjectief of bovensubjectief of objectief bewustzijn, waarvan het bestaan net zo speculatief is als het vermogen van een denker een dergelijke 'universeel-lucide staat' te bereiken. Je voelt ergens dat de overgang van Husserls visie naar het geloof in een albewuste schepper niet groot is, waar bij Heidegger meer het mysterie van de natuurlijke oorsprong van de wereld en de dingen in beeld komt en bepaald niet noodzakelijk als iets negatiefs (zoals bij Levinas of, anders, bij Sartre).

Vergelijk: filosofiewetenschapkunst.web-log.nl/filosofiewetenschapkunst/2005:
Met het onder vuur liggen van de metafysica, het christendom en de ontdekking van niet-euclidische meetkundes (zodat zelfs Kants transcendentale filosofie wankelt), lijken in de 19de eeuw alle vertrouwde absolute waarheden één voor één weg te vallen en de weg vrij te maken voor verregaand nihilisme, subjectivisme en psychologisme. Rond 1900 zou Husserl zich hier sterk tegen verzetten en zich sterk maken voor het bestaan van een objectieve ideële wereld naast de reële wereld. Uitgangspunt van zijn filosofie daarbij was het zuiveren van het psychologisme in de logica en aantonen hoe in de meetkunde en de cultuur de constitutie van ideële objecten tot stand komt. Onder die ideële objecten dient men alle normatieve begrippen te verstaan, van logica en wiskunde tot ethiek.
Net als Husserl hanteert Popper zo'n objectieve ideeënwereld die Popper de Derde Wereld noemt. En net als bij Husserl heeft deze ideële werkelijkheid geen goddelijke of metafysische oorsprong, maar heeft de mens hem zelf gecreëerd hetgeen echter niets af doet aan de objectieve idealiteit. Net zoals een schrijver zijn gedachte kan materialiseren door hem in een boek neer te schrijven en een kunstenaar zijn idee de vorm kan geven van een schilderij of beeldhouwwerk, dus een psychologisch 'ding' kan transformeren naar een materieel ding, zo worden psychologische 'dingen' ook omgezet in objectieve ideële 'dingen' die tezamen onze cultuur vormen.
En zie ook: http://home.student.utwente.nl/j.w.dijkshoorn/gt/college3.html
Waar overigens wordt gesteld: "Wat Husserl wil zeggen is dat je een ding niet kunt waarnemen, dus je weet er niets over, alleen over het fenomeen". Ik vraag me af of dit een juiste weergave van Husserl visie is, zo ja, dan ben ik het niet met hem eens.

Het besef, het bewustzijn dat daar dat ding is of algemener dat dát dát is, kan je de wetenschap noemen dat dát dát is; vaststellen dat dát dát is, is zo bezien het oorspronkelijke wetenschappelijke denken (als er ook een 'daar' wordt vastgesteld, is het natuurwetenschappelijk denken). De overeenkomst met wetenschap in de normale zin van het woord is, dat het besef van het ding niet onfeilbaar is, maar wel toetsbaar ('ga na of zich de verwachte, geëigende aspecten van het ding aan je voordoen als je je op de betreffende manieren op het ding instelt') en betrekking heeft op iets dat werkelijk is. Echter: de wetenschap in de normale zin van het woord pretendeert de dingen louter te doorgronden; maar in de kern van haar activiteit vindt een waarnemen, een zich instellen plaats dat mede gestalte geeft aan wat wordt onderzocht?
- Ik bazel vast nogal, ik moet eens lezen Cornelis Verhoevens: "Het dat, het wat en het waarom. Een inleiding in de Griekse metafysica" (Damon, Best, 1996).

Hoe dan ook, de stelling van het fenomenologische idealisme, dat ook de natuurlijke dingen niet los (kunnen) bestaan van het bewustzijn, zou ik niet voor mijn rekening willen nemen. Het is volgens mij bepaald niet ondenkbaar, om maar iets te noemen, dat bacteriën in de Middeleeuwen bestonden én zich ook op microscopisch niveau - dus niet alleen in de vorm van de builen, de koorts et cetera - zo gedroegen als in de twintigste eeuw is ontdekt. En neem het zonnestelsel voordat op aarde leven ontstond. Et cetera. Of gaat het niet om dat soort veronderstellingen of voorstellingen?
De zienswijze dat elk ding, de wereld of zelfs het zijn is aangewezen op bewustzijn - en dat het idee van een wereld zonder bewustzijn, van dingen op zichzelf, dingen die uit zichzelf zijn, een absurditeit is - is iets waar ik met mijn verstand niet bij kan, al flitst soms door mijn hoofd dat het misschien toch zo is en weet ik dat de quantummechanica het filosofische realisme steeds meer op de proef stelt. Verwarring ligt op de loer (in de hele tekst hierboven trouwens, die vergeleken met de uitgesponnen en secure analyses van een Husserl sowieso een toonbeeld van doolhoofdig en gevoelsmatig denken is). Bijvoorbeeld van het type: "ik ben er, en aangezien het heelal alles omvat wat er is, behoor ik noodzakelijk tot het heelal en is het heelal ondenkbaar zonder mij".

Wikipedia over Husserls denken: "knowledge of essences would only be possible by "bracketing" all assumptions about the existence of an external world. This procedure he called epoché." Dit lijkt erg op de methode van Descartes en het probleem van het solipsisme zou Husserl dan ook blijven bespoken. Een van de fundamentele dingen die je bijzonder moeilijk tussen haakjes kunt zetten, is dat mensen van elkaar al behoorlijk begrijpen wat ze zeggen en dat ze wat een hoop dingen betreft al weten waar ze het over hebben - iets waar ook Husserl, wil hij te volgen zijn, vanuit moet gaan (of hij zou ons een compleet nieuwe taal moeten leren, maar hoe...) Meneer Palomar zou je een zeldzaam epochétisch type kunnen noemen, lijkt me.

Terzijde: de filosofie van Husserl wordt in het proefschrift Adhyasa door A.R. Scheepers in verband gebracht met de Indiase filosofie - de Advaita Vedanta van Samkara, 8ste eeuw, "Advaita" betekent iets als "non-dualisme"; zie ook bijvoorbeeld: "The idea of creation as the free, spontaneous, and joyous play (lila) of the gods has been a pervasive motif in Indian thought since Vedic times. In the tradition of Advaita Vedanta, however, where the sole Reality is Brahman alone, divine playfulness is given an illusionistic interpretation and lila becomes an expression of the deceptive power of maya." Een subtielere uitleg van de verhouding tussen werkelijkheid en illusie bij Samkara lijkt deze te zijn.
Naast Karl Popper zou volgens de wikipedia de logicus en filosoof Kazimierz Ajdukiewicz sterk door Husserl zijn beïnvloed.

Noot
Deze noot is toegevoegd op 9 januari 2011

In het artikel: 'Naar een niet-dialectische verhouding van lichaam en ziel. Een interculturele spiegeling van het Afrikaanse denken' in het tijdschrift
Esthetica, zegt Heinz Kimmerle:
'Douwe Tiemersma heeft de eigen kennis, die het lichaam van de wereld prereflexief altijd al heeft, nader uitgewerkt. In zijn boek Body Schema and Body Image geeft hij een uitgebreide interdisciplinaire en fenomenologische uiteenzetting van de verschijnselen ‘lichaamsschema’ en ‘lichaamsbeeld’. Dit is een nadere invulling van ‘het ruimtelijke aspect van de lichamelijke existentie, dat zich richt op een bestaande of mogelijke taak’ in het fenomenale veld. Ik weet bijvoorbeeld op een onbewuste manier – mijn lichaams-subject weet – dat ik door een relatief kleine opening zou kunnen of niet. Dit berust op een cognitieve bekwaamheid van het lichaam die aan het bewuste weten van het verstand voorafgaat. Volgens Tiemersma heeft Merleau-Ponty de gerichtheid van het lichaams-subject op de wereld lange tijd nog te zeer vanuit de subject-kant bekeken (Tiemersma 1989, 221-251). Pas door zijn onderzoek naar de ervaring van de schilder – Merleau-Ponty heeft het vooral over het werk van Cézanne – wordt met de wederzijdse relatie tussen het lichaams-subject en de dingen in de wereld voldoende rekening gehouden. De schilder die een landschap op het doek vastlegt, neemt daarin een bepaalde plaats in. Deze situering beïnvloedt zijn perspectief in alle richtingen. Het landschap vormt een cirkelvormig veld om hem heen of hij loopt om een voorwerp heen dat hij wil schilderen om het van alle kanten te bekijken. Schilder en voorwerp zijn op deze manier ‘delen van hetzelfde zijn’. In de formulering van ‘het zien van de dingen’ is de genitief zowel in subjectieve als ook in objectieve zin te lezen (Merleau-Ponty 1961, 17). Wij zien de dingen en de dingen zien ons. Tiemersma vat deze verhouding als volgt samen: ‘Omdat je in de wereld staat, word je gezien, terwijl je ziet. Je wordt, als ziende, door anderen gezien en je ziet hen. Er is een heen en weer gaan van blikken, een wederzijds zich spiegelen’. Dit ‘kan bij dieren worden ervaren die je aankijken en op een minder persoonlijke manier bij planten en levenloze dingen.’ Hoeveel meer zal dit op kunstwerken van toepassing zijn, waarin de schilders datgene ‘aan de dingen die zij zagen hebben toegevoegd wat de dingen van hen zagen’? Wij zien de dingen en de dingen zien ons (Tiemersma 1989, 222 v., 227v., 240-242)[cursivering door mij; K].'

Later toegevoegd:

Rainbow body
Wikipedia

Mindstream
Wikipedia
Zie ook mijn blognotities:
De cirkel van de waarheid, Wittgenstein en Merleau-Ponty
Hoe je de waarheid vastnagelt: de paradox van de evidentie
Fernando Pessoa à la Boeddha

17 april 2007

Lucretius online

Net gevonden: stukjes van "De rerum natura" vertaald, helaas nogal beroerd, in het Nederlands: www.koxkollum.nl
(overigens een naslagwerk over de klassieke mythologie).

Veel beter: Engelse vertaling van het hele werk; de site biedt vertalingen van veel denkers uit de oudheid.
Zie ook www.humanistictexts.org voor vertalingen van tientallen humanistische auteurs.

En: "De rerum natura III" (vertaald door P. Michael Brown)
"Lucretius' poem, for which Epicurean philosophy provided the inspiration, attempts to explain the nature of the universe and its processes with the object of freeing mankind from religious fears. The third book not only seeks to demonstrate that, since the soul is mortal, there can be no after-life, but also aims to reconcile the reader to the prospect of the end of his consciousness."

www.humanistictexts.org/lucretius.htm
"He was able (...) to point out the logical absurdity of supposing an immaterial mind could influence a material body.
Andersom is het raadselachtig hoe een 'materieel ding' de oorzaak kan zijn van emoties en al mijn andere belevingen (van beelden, gedachten et cetera). Cf. The Self and Its Brain (John Eccles en Karl Popper).
Beter: ik kan me nog voorstellen dat mijn hersenen - overigens niet hoofdzakelijk uit zichzelf, maar merendeels door wat hen bereikt vanuit het lichaam en de buitenwereld - veroorzaken wat ik voel en denk, wat ik me bewust ben; maar dat het voelen zelf, de beleving van het denken, het bewust zijn zelf een materieel (in de naïeve of natuurwetenschappelijke zin van het woord) proces is, lijkt me onmogelijk. Wel gaat dat laatste lichamelijkheid en eigenheid allicht te boven en overleef ik er persoonlijk niet de dood van mijn lichaam mee.

Ik zou eens het nodige van Lucretius moeten lezen, omdat ik zoals bijna iedereen soms lijd aan angst voor wat de dood in petto heeft, noem het een kleinmenselijke tik van Hamlet zijn prangend-zwaarmoedige:

But that the dread of something after death,
The undiscover'd country from whose bourn
No traveller returns, puzzles the will,
And makes us rather bear those ills we have
Than fly to others that we know not of?
Thus conscience does make cowards of us all

Kennis nemen van Lucretius' skeptische materialisme helpt om niet te zwelgen in irrationele 'queestes' -

- of erger, zoals gisteravond, toen een tijdje door mijn hoofd spookte dat uit de letters van mijn volledige naam (inclusief drie doopnamen, dat zijn dus ook nogal wat letters... in feite 16 van de 26, waaronder alle klinkers op de "y" na...) gevormd kunnen worden de woorden "leonardo (da) vinci", "orlando", "adolf", "jezus", "frodo", "lenore" en, alle gekheid op een stokje, "lou reed" - wiens album "The raven" ik dezer dagen nogal eens beluister. Maar nee: niet de woorden "nebukadnezar", "hitler", "poe" en ga zo maar door, zo zie je meteen hoe selectief het warrige combinatievermogen te werk gaat en hoezeer het voor de hand liggende verklaringen niet onder ogen ziet (te weten: "je kunt bijna oneindig veel woorden vormen uit de letters a, e, i, o, u plus elf veelgebruikte medeklinkers").
Als dat geen vlaag van idiotie is, noem het een oprisping van klassieke "ik ben Napoleon"-waanzin ... ik noteer het hier toch, omdat - ik herhaal het nog maar eens - deze blog een vrijplaats is voor "art-brutgedachten".
Wellicht moeten m'n Orlando- en Nebukadnezardroom louter begrepen worden als uitingen van een aanleg tot verward denken en associëren die zich ook in de slaap manifesteert; en (juist) niet als onthullingen van belangrijke (spirituele of feitelijke) waarheden. Maar ook die conclusie is misschien te gemakkelijk.

16 april 2007

Orlando en Nebukadnezar

Nou moe, er blijkt een wereldberoemde versie van "Orlando" te bestaan, eigenlijk dé versie, waarin de razende Roeland in een periode van waanzin wordt gestort à la de beroemde krankzinnigheid waarmee volgens het bijbelse verhaal God Nebukadnezar strafte. Het gaat om het niet lang geleden (1998) door Ike Cialona in het Nederlands vertaalde epos "Orlando furioso", door de Italiaan Ludovico Ariosto (1474-1533), een jurist, filosoof en letterkundige, die bij het schrijven van zijn levenswerk veel ontleende aan de bijbel, de Odyssee van Homerus, de Aeneis van Vergilius, de Metamorfosen van Ovidius, de legende van King Arthur en de Karolingische ridderverhalen.
Zie ook de wikipedia en deze illustraties van Gustave Doré.
En het wordt tevens duidelijk - tot in het woord "orcs" en wellicht het "do" van Frodo toe - dat in de voetsporen van vele schrijvers en dichters, Tolkien dit middeleeuwse epos goed heeft gelezen; en dat de filmmakers van "The Lord of the Rings" (2001-2003) zich direct of indirect hebben laten inspireren door de tekeningen van Doré. "In de ban van de ring" is een van de weinige boeken die mij in mijn jeugd volkomen hebben geabsorbeerd. Het verhaal van Tolkien ontbeert overigens de ironie en humor die men kenmerkend acht voor de aanpak van Ariosto.

Bij mijn beste weten, had ik ten tijde van de Orlando- en Nebukadnezarnachtmerries (zie de blognotitie hieronder; ik was in de twintig) nauwelijks of geen kennis genomen van deze gestalten uit de cultuurgeschiedenis; ik ben nooit een grote lezer geweest. Al is waarschijnlijk tijdens de godsdienst- en geschiedenislessen op de lagere en middelbare school het een en ander over Nebukadnezar en Roeland verteld.

Toevoeging januari 2008: in oude droomnotities gevonden dat ik eertijds de opera "Orlando" (Händel) met Jard van Nes heb gezien.

Zie ook:
http://www.diss.fu-berlin.de/2005/239/kap4.pdf
Wenngleich sich das im Orlando Furioso erzählte Geschehen vor dem Hintergrund eines
Glaubenskrieges zwischen Heiden und Christen abspielt und von der göttlichen Vorsehung reguliert sein soll, sind seine Protagonisten, fränkische Paladine und ihre maurischen Widersacher, jederzeit und zumeist leichten Herzens bereit, Vasallenpflicht und Glaubensmission zu vergessen, um einer Dame, einem Pferd, einer prächtigen Rüstung oder anderen Objekten ihrer Begierde nachzujagen. Diese Disziplinlosigkeit - eine hedonistische Profanierung der queste-Motivik - erweist sich als histoire-immanenter Impulsgeber einer zentrifugalen Geschehensdynamik, die die erzählte Geschichte in eine Vielzahl von einzelnen 'Geschichten' sich auffächern läßt.

Er ist den Reizen der indischen Prinzessin Angelica verfallen, deren betörende Schönheit auch schon anderen den Kopf verdreht hat, und als er schließlich erfahren muß, daß sie, die seinem ritterlichen und geduldigen Werben stets spröde oder kokett sich verweigerte, einem einfachen sarazenischen Fußsoldaten ihre Liebe geschenkt hat, verdüstert sich sein Verstand, er verfällt zuerst der Melancholie und dann der Raserei - entledigt sich seiner Waffen, reißt sich Helm, Rüstung und Kleider vom Leib und streunt nackt und selbstvergessen umher. Mit ungeschlachten, nicht länger durch ritterliches Ethos und feingeschmiedete Armaturen sublimierten Kräften, nur mit einer rustikalen Keule bewaffnet, verbreitet er Angst und Schrecken, verwüstet ganze Landstriche, entwurzelt Bäume und massakriert ein jegliches Lebewesen, das in den Radius seines Furors gerät, Freund und Feind, Mensch oder Tier.
So mit Wahnsinn geschlagen muß Roland also seinen Frevel sühnen, zwar nicht sieben Jahre wie einst Nebukadnezar, aber drei Monate, so will es die göttliche Vorsehung, sollen es schon sein! Derweil büßt mit ihm die ganze Christenheit: Ihres Klügsten, Tapfersten und Stärksten beraubt, wanken die Heerscharen Karls unter dem Ansturm der Heiden, Paris selbst droht zu fallen. Endlich aber, nach Ablauf der wohldosierten Straffrist, hat der göttliche Ratschluß ein Einsehen und Rolands Raserei soll ein Ende finden.
Het motief "woede" is wel iets dat bij mij past. Als kind had ik vaak explosieve driftbuien. Een zenleraar zei me, in mijn studententijd, tijdens een kennismakingsgesprek op de man af, dat woede mij veel meer tekende dan ik besefte (overigens heb ik mediteren niet lang volgehouden). Vlak voor de straatdeur van mijn eerste woning in Amsterdam, sprak een zwerversvrouwtje me, schijnbaar zomaar, eens toe met de woorden "meneer, wat bent u boos". De volgens de meeste critici weinig geslaagde roman "Woede" van Salman Rushdie heeft me enorm geïntrigeerd (maar er staat me nog bitter weinig van bij). En dan nog de gebeurtenissen van enkele jaren geleden.
Zo moet Orlando drie maanden als een dier leven. Hij rent bloot rond en is te vies geworden om aan te zien. Hij raast als een blind dier door Europa. Zonder dat Orlando ervan afweet, stuurt God Orlando's vriend Astolfo naar de maan. Op de maan liggen alle dingen die de mens op aarde verloor, zoals liefde, eer, trouw, onvervulde verlangens en opgezonden gebeden. Astolfo vindt er bijvoorbeeld "zijn verspilde dagen en de daden die hij loos bedreven had". Met de hem eigen fantasie situeert Ariosto op de maan een berg flessen en kruiken waar het verstand van de mensen in zit. Op een ampul staat "Orlando's Rede". Die mag Astolfo meenemen naar de aarde. In canto 39 ontmoet Astolfo Orlando weer. Hij houdt hem de kruik onder de neus en dan floept het vernuft weer terug in de schedel van de razende Roeland. "Zo keert de rede naar zijn hersenpan". Orlando wordt wakker en vraagt waarom hij poedelnaakt met touwen is gebonden.
Goed, er blijkt dus een duidelijke connectie te zijn tussen Nebukadnezar en Orlando. Verder lijken de Orlando- en celdelingsdroom elkaar te raken op het punt van bevruchting, zwangerschap en geboorte.

Er lijkt iets aan de hand te zijn rond levensverlangen versus existentiële woede. Maar in zo'n vormeloze staat maakt deze observatie me niet veel wijzer dan de dromen zelf. Een iets verdergaande duiding: de 'kiem' van levensverlangen is zowel voldragen als verzengd of gesmoord door een dominante moederfiguur. Deze toedracht is een smeulende grond van woede geworden.

Er bestaat ook een speculatief verband tussen Lilith en Nebukadnezar.

Weet me niet goed raad...

Weet me niet goed raad met mijn stemming, door de combinatie van het vroeggeboren zomerzonnetje (vreugde met een couveuze-aspect) en wat keelpijn, maar vooral omdat ik - vandaag gelukkig in afnemende mate - een vlaag van bizar associëren doormaak; ik gooi zulks de afgelopen maanden op deze blog, maar begin te twijfelen: door het op te schrijven, hoe informeel, anoniem & obscuur ook, krijgt een en ander misschien onwilleurig een gewicht voor me dat het nou juist niet zou moeten vergaren.

Met mijn vriendin ben ik het eens, dat mystiek gaat om de beleving van verbondenheid (en/of eenwording met God); en dat er sprake is van ontaarding als men zich verliest in cryptische leerstellingen, gecodificeerde systemen, vergezochte tekenen en verbanden.

Van de andere kant heb ik het gevoel dat ik iets 'moet' met waan-zin die zich soms onweerstaanbaar kenbaar maakt; met een deel van mijn duizenden pagina's dagboekaantekeningen van eind jaren tachtig; en met drie dromen uit ongeveer die tijd die me zijn bijgebleven:

1. "Orlando!" (weerklinkt dreigend, koorachtig; op de schoot van een zwarte moedergestalte is een lichtende vrouw als een offer opgebaard)[*];

2. "Ik ben Nebukadnezar!" (dit min of meer grommend uitbrengend schrok ik wakker uit een nachtmerrie, waarin ik me een dol, beestachtig, duivels wezen had gevoeld)[**];

3. "Celdeling: het verlangen van een cel om zichzelf te zijn" (ook een zin die ik hóórde in een droom).

Maar waarschijnlijk is het wijzer mijn hang naar 'diepe inzichten' met wantrouwen te bezien en de aandacht te verplaatsen naar mijn lichaam en de zintuiglijke en (kin)esthetische ervaring. Want zelfs al zou ik mijn grillige vermogen curieuze verbanden te leggen, leren sturen en systematisch maken, en voortbouwend op de stelsels van anderen een hermetische duiding van mens & wereld produceren: so what..?

Noten (toegevoegd april 2011)

[*] De volledige notitie, op grond van wat ik insprak in een recorder vlak na het ontwaken uit de droom (woensdag 20 februari 1985):
'Nachtmerrie; steunend wakker geworden; besef dat wekkergetik in de droom functioneel was. Mager meisje met kromme wervelkolom. Subject (ik) van 'bovendroom' daagt de vijand - het subject in de onderdroom - uit zich te onthullen (volgens een scenario, dat me al bekend is!). Dit gebeurt. Onder dreigend klinkend "Orlando!". Het is alsof ik, in bed gelegen, zie hoe van een bed dicht bij me de dekens worden opgetild: dan zie ik haar(?) die mij wil doden(?): ze heeft al een slachtoffer bij zich - als een offer op haar schoot opgebaard-: een lichtende vrouw. '

De poging tot interpretatie die ik daaraan toevoegde:
'Het geheel heeft een opera-achtige, theatrale sfeer: de opera Orlando. Jard van Nes: vrouw in mannenrol. Monster van Loch Ness. Orlando-Onderdijk. Ik klein kind in bed; andere bed herbergt mijn moeder? Misschien vergezocht maar binnen half uur na droom gedacht: moeder heeft miskraam (meisje met kromme rug) gehad en voor mij verborgen gehouden. Verhalen over moeilijke bevalling van moederkoek en over een erge 'ziekte' van mijn moeder toen ik heel klein was, staan me bij. Ik heb er toch weet van gehad dat dit 'zusje' er was en is weggehaald en heb grote angst gekregen dat mij dat ook zou overkomen. Echt vergezocht: meisje mijn vrouwelijke ega in zin Plato.'

Dit - tot en met de associatie omtrent Plato - resoneert sterk met de intuïties van Peter Sloterdijk over de placenta als het in onze cultuur kort na de nageboorte letterlijk bij het vuil gezette en qua psychodynamische betekenis zeer veronachtzaamde 'Met' in zijn Sferen-trilogie! Mogelijkerwijs gaat ook mijn gedicht Verwachting terug op de ernstige complicaties bij mijn geboorte.

[**] Volledige droomnotitie (29 september 1987):
'Een meisje (ik?) zoekt hulp(?) bij - raadpleegt - een vrouw in het wit, die te midden van vreemdsoortige spullen op de grond zit. Die vrouw verstrekt haar twee dobbelsteentjes - eigenlijk zwarte, kubusvormige steentjes zonder dobbelsteenstippen -, aandringend: "Neem ze gerust alletwéé hoor!" Ze moet weten wat ze teweeg zullen brengen. Ik (het meisje) word de duivel (de duivel komt in me) en krijg een andere stem, laag en zwaar. Ik zeg iets als "Ik ben Nebukadnezar..!", heel dreigend. Gevoel nu mijn ware gedaante te kunnen laten zien: het kwaad. Vrijkoming. Ik gooi een schaar naar iets levends, dat er door doorboord wordt. Ook in het oog van de vrouw? Ontzaggelijke woede voel ik. Ik wil mijn moeder vermóórden. Begin rustig aan, bij wijze van voorspel, boeken e.d. naar haar toe te smijten. Ik kwam bij zinnen vóór ik mijn wens ten uitvoer kon brengen - kon ik niet tegen haar op? -, ga niet door en begin te huilen... en zeg: "ik schaam me zo...". Mijn vader was tijdens het hele gebeuren net even weg. Ik probeer weer recht te trekken en op zijn plaats te leggen wat in het ongerede was geraakt; een groene matras krijg ik met grote moeite in positie, en dan nog op de verkeerde plek. Het groene bankstel, overhoop geraakt, weer netjes. Alles ook uit angst voor ontdekking door mijn vader, na zijn terugkomst. Mijn moeder sloeg zo'n beetje gade hoe ik alles weer recht trok, maar de sfeer was naar, het zat niet lekker tussen ons. Het eindigt met een man die zijn vingers verzorgt met een of andere olie: hij doopte duim, wijs- en middelvinger er zorgvuldig in en wreef ze tegen elkaar. Hij toonde zich verbaasd dat die olie nog ergens te krijgen was.'

Onder de associaties die er erna opschreef, zaten deze:
'Hoop dat deze droom aantoont dat er iets 'groots' met mij aan de hand is.'
'Het kind dat uiteindelijk machteloos staat tegenover de volwassene, zijn moeder. Die het alles weer 'recht te trekken' dwingt. Mijn vader die (door mijn moeder of uit onvermogen?) weg is bij moeilijkheden en conflicten en zijn handen in onschuld wast, zalvend, schijnheilig?'
'Mijn enorme woedeaanvallen als kind en de schaamte en schuldgevoelens dientengevolge.'

Achteraf zie ik dat er ook een oedipale duiding van de droom mogelijk is (een onbewust gegeven aanwijzing daarvoor zou kunnen zijn het gekozen woord 'voorspel' in de beschrijving die ik maakte van de droom vlak na het ontwaken).

15 april 2007

De letter H

Het onderstaande is volslagen irrationeel!

http://en.wikipedia.org/wiki/H
Egyptische hiëroglief "hek" (dat wat het ene scheidt van het andere); het teken bevat in totaal 12 witte stippen (tien hele en vier halve).
Phoenicische h: vorm van cijfer 8 en van gedeelde cel (ik had ooit een droom waarin bezwerend werd uitgesproken: "celdeling, het verlangen van de cel om zichzelf te zijn").

http://en.wikipedia.org/wiki/H-2
- In chemistry, H is the symbol for hydrogen
- In computing ^H is often used jokingly to indicate the intended deletion of the previous letter
- H is the Hubble constant
- H is the symbol for magnetic field strength
- In thermodynamics H is enthalpy
- h is Planck's constant
- H is het symbool voor het Higgs-boson, soms gekscherend God particle genoemd
- In genetics Haplogroup H (mtDNA) is a human mitochondrial DNA (mtDNA) haplogroup
- de h-index indiceert via weging van citaten en verwijzingen in peer reviewed tijdschriften de status of 'impact' van een wetenschapper
- In English slang, H is a term for heroin, the highly addictive drug
- In Japanese "H suru" means "to have sex"

De "h" is de achtste letter van het alfabet; de acht is het oneindig-teken op zijn kant; wederom een uitbeelding van de celdeling; en tevens het getal van de herbeginnende "do" in het oktaaf (do-re-mi-fa-sol-la-ti-do).

De "h" en het "ha!" van de lach - waar men inschiet bij het 'begrijpen' van een 'onmogelijke' (wonderlijke) combinatie of samenhang.
Vergelijk "ah!" en "aha!" (do-do en do-do-do), vergelijkbaar met de uitroep "eureka!".
Halleluja! Hosanna! Svaha!

In het Boeddhisme: 'Ah is the expression of wonder and direct awareness. It is a point of stillness, of emptiness. Ah brings energy, openness, expansion and empowerment'.
De Tibetaanse monnik tulku Thondup noemt in zijn Handboek helende meditatie AH een 'helende klank' en schrijft: 'Volgens de Boeddhistische leringen is AH de bron en het wezen van alle geluid. Alle klanken, woorden, taal en gebeden komen uit AH voort. Bovendien is AH in alle klanken, woorden, taal en gebeden aanwezig. Toch omvat AH geen concepten, boodschappen of emotionele kwelllingen, en legt deze ook niet op. AH is meer de klank van grenzeloze energie, openheid, vrijheid en vrede. (...) De kwaliteit ervan lijkt op die van ruimte. (...) In Tibetaans boeddhistische heilige geschriften is AH de essentie van alle leringen over trancendente wijsheid. Het is de ongeboren en ongeschapen letter, de letter van openheid of leegte, de grote moeder van alles.'
Toevoeging 26 december 2009: doelt Thondup hier op de 'heilige klank' Ohm of Aum? (Zie ook mijn blognotitie 'Bardo'). In elk geval lijken zijn opmerkingen over AH daar indirect naar te verwijzen.

Nog wilder:

- Hijgen (ademhalen, levensenergie in- en uitblazen), heerlijk, ho!, het, verhemelte, heilig, helen, heden, heiden, hemel, hades.

- Vereniging/deling. Brug - het tegenovergestelde van een hek (zie hierboven).

- H als coïtus (mannetje-vrouwtjepoppetje).

- De duistere occultist Aleister Crowley had iets met 'AHA' (zie ook hier).

- Zet linker verticale lijn tegenover en in verlengde van de horizontale -> kwartslag gedraaid kruis.

- Abélard en Héloïse, Bach, Haydn, Mahler en Shakespeare, Hamlet, Jahweh / Hashem, Hagana, Allah, Mohammed, Abu Huraira[*], Ahmadinejad, Amin al-Hoesseini, Hamas, Hezbollah, Hans Christian Andersen, Aafje Heynis, Hannah Arendt, Hermann Hesse, Heinrich Harrer (ex-SS'er, bergbeklimmer en globetrotter, vriend van Tenzin Gyatso, de 14e dalai lama), Harry Mulisch, Anton Heyboer; Albert Heijn, Hema.

[*] Aan deze veronderstelde metgezel van Mohammed wordt een uitspraak in de hadith - boek 041, nummer 6985 - toegeschreven over een apocalyptische eindstrijd tussen moslims en Joden.


- Later toegevoegd: Christus is wel gezien als Apollo-Helios.

- Ahoera Mazda, Ahriman.

- Haldol is hét medicijn tegen hallucinaties.

- Centraal begrip in de Ayurveda en de daarvan afgeleide Tibetaanse geneeskunde: dosha.

- religieus vers doha (Sanskrit): Distinguishing Consciousness from Wisdom.

- De '#hashtag' in Twitter met het het hekje-symbool.

- Doha is de hoofdstad van Qatar, centrum van de politieke islam.

- Hor-Aha (zie hier en hier) is een koning uit de begintijd van Egypte; "aha" betekent "vechten" en "hor" is "valk''; zijn vrouw ligt in een tombe gemarkeerd als B14 (tevens aanduiding voor een van Amerika's oude bommenwerpers).

- 'Hado' is de door de kwakdenker Masaru Emoto bedachte naam voor "the intrinsic vibrational pattern at the atomic level in all matter. The smallest unit of energy. Its basis is the energy of human consciousness".

- De vrouw van Abraham heette Sarah. En Hagar, zijn slavin, werd de moeder van Ismaël, de (waarschijnlijk fictionele) stamvader van de Islamitische Arabieren.

H-eer - Do-minus; H-od -> God bij hebreeuwse h-klank

Toegevoegd 10-2012: de Hagakure is de naam van de 'handleiding' voor Samoerai.

Toegevoegd 9-2012: de Tempelberg, heilige grond voor joden, moslims én christenen, heet in het Hebreeuws Har Habayit. Moslims noemen de plaats Haram al-Sharif.

Toegevoegd 12-2013: de master amplituhedron wordt geopperd als mogelijk 'geometrisch fundament' van de natuur(kunde), het universum.

Eckhart von Hochheim en diens prachtige vondst "Ougeholz" - in modern Duits "Augeholz".

Armageddon, de plaats waar volgens de Openbaring van Johannes (16:16) de laatste slag tussen een bloeddorstige Christus en een monsterlijke duivel (door eindtijd-dominees antichrist genoemd) plaatsvindt, is in het Herbreeuws Harmageddon, van Har Megiddo, 'berg van Megiddo', een zuidelijke uitloper van het Karmelgebergte (bron: Victor en Victoria Trimondi, Krieg der Religionen, hoofdstuk 3, pagina 72).
Op die plaats zijn tientallen historische veldslagen geleverd, de eerste opgetekende door farao's. Tienduizenden kruisridders werden er in de pan gehaakt door het leger van Saladin. Napoleon, die er de Turken versloeg, noemde het oord 'het meest natuurlijke slagveld van de hele wereld'. Men denke ook aan de beschouwing ter zake door Harry Mulisch in De zaak 40/61 [einde toevoeging]

Om nog maar te zwijgen van Adolf Hitler (initialen AH en ook nog "do" in de naam), Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich en Rudolf Höss.
Toevoeging 30 januari 2011: SS'ers onder elkaar zeiden over Heydrich: HHhH - Himmlers Hirn heißt Heydrich. [einde toevoeging]

- Het lukte Hitler in zijn handtekening twee keer een perversie van het kruisteken te laten verschijnen; het kruis staat op zijn kop in de "f" van de voornaam en gekanteld in de "H" van de achternaam; de voornaam als geheel krijgt in de loop van zijn leven de vorm van een ontwrichte tweede "h" voor de "H" van de achternaam: http://www.handwriting.org/images/samples/ahitler.htm

- Het anagram 'Hier Todfall' van 'Adolf Hitler'- Todfall of Mortuarium (sic!) is ouderwets Duits en betrof een perverse belasting, namelijk de compensatie die de weduwe van een gestorven horige moest betalen aan de landheer - noemt Harry Mulisch overigens niet in de roman "Siegfried"; ik vond dit anagram na lezing van het boek; wel vermeldt Mulisch de weinig indrukwekkende omzettingen "helrit" en "relhit" van alleen de achternaam.

- Volgens de kabbala is AHIH in de Exodus vertaald als "Ik ben" (zie hieronder).

- De swastika, het Hakenkreuz, kan je zien als vier gekruiste letters "h" of (bijna) twee gekruiste "H''s. Wikipedia: "The word swastika is derived from the Sanskrit svastika; svasti (...) means "well-being". The suffix -ka forms a diminutive, and svastika might thus be translated literally as "little thing associated with well-being".
De adoptie door Hitler van dit symbool behelst dus een totale omkering en pervertering van de oorspronkelijke betekenis.

Dit alles zet kracht bij aan de duiding van Hitler als satan of antichrist.

Op oude filmbeelden van een Duitse huiskamer in de Tweede Wereldoorlog zag ik gisteravond een ingelijst, verzilverd AH-monogram op de schoorsteenmantel of aan de muur. Het zag er uit als het monogram op het stuk tafelzilver hierboven (ook uit die tijd). De A en de H vallen bijna samen, kwestie van de pootjes aan de bovenzijde van de H naar binnen buigen en die aan de onderzijde naar buiten. Wat je er ook in kunt zien: piramide met gesepareerde top (oud esotherisch symbool), de opgang naar een Aztekentempel en een stukje prikkeldraad.

Kabbala (ontaarde mystiek?):

http://altreligion.about.com/library/texts/bl_denudata6.htm
Hitherto hath the disquisition been concerning Microprosopus, to whom also was referred that fulness of form of the letter H, He , wherein it is written by the duplicated HH. But now another point is taken into consideration, namely, concerning the remaining two modes of writing that letter, when It is written with A, Aleph , and with I, Yod ; of which the former is made in the name MH, Mah , and the latter in the names OB, Aub , and SG, Seg ; which two forms are given conjoined in the name AHIH, Eheieh (translated "I am" in Exodus).

http://www.sacred-texts.com/jud/tku/tku07.htm
H, He, at first was D, Daleth; but after it was impregnated by I, Yod (so that thence it might produce the form H - namely the I, Yod, placed at the left hand lower part of Daleth) it brought forth V, Vau. (That is, the mother impregnated by the father produced Microprosopus. But in the shape of the letter out of that minute I, Yod, which is hidden within the H, He, V, Vau, is said to be formed. Or from the upper horizontal line of the letter H, which is one V, Vau, and from the right-hand vertical line, which is another V, Vau, and from the inserted I, Yod, is made VIV, the full form of letter Vau.)

Opmerkelijk dat volgens de kaballa de H eerst een D was die werd 'bevrucht' (impregnated) door de I. Dus na de bevruchting ontstond de 'fulness of form' - waar je 'heelal' in kunt lezen.

http://en.wikipedia.org/wiki/Yahweh
This assumption that Yahweh is derived from the verb "to be", as seems to be implied in Exod. iii. 14 seq., is not, however, free from difficulty. "To be" in the Hebrew of the Old Testament is not hawah, as the derivation would require, but hayah; and we are thus driven to the further assumption that hawah belongs to an earlier stage of the language, or to some older speech of the forefathers of the Israelites.
En:
A root hawah is represented in Hebrew by the nouns howah (Ezek., Isa. xlvii. II) and hawwah (Ps., Prov., Job) "disaster, calamity, ruin."The primary meaning is probably "sink down, fall", in which sense (common in Arabic) the verb appears in Job xxxvii. 6 (of snow falling to earth).

-> Dus 'ah / ha' prominent in zowel 'zijn' als 'vallen, vernietigen'.

Ik weet dat Mulisch door zijn werk heen het kabbalistische stelsel opvoert, in verband met de schepping (in het bijzonder van leven), en iets heeft met het lachen, het "aha!" en het oktaaf. Bovenstaande is ongetwijfeld beïnvloed door wat ik van Mulisch heb gelezen (niet heel veel); mijn speculaties zou hij waarschijnlijk hooguit als een verwarde blik op de 'code' van de wereld beschouwen, die hemzelf in een consistente en gedetailleerde vorm deelachtig is geworden :-).

'Water-stof" doet denken aan de oerstof, de 'murky waters', in veel scheppingsverhalen. Volgens de natuurkundige theorie van de 'oerknal' is het heelal ontstaan uit een onvoorstelbaar puntvormig begin (singulariteit) en bestond het een fractie van een seconde later uit waterstof (H) en helium (He). H2O - HOH -'do-do-do'

Wonderlijk dus dat de "h" prominent is in de scheppingsverhalen van zowel de kaballa en bijbel ("Ik ben", "Gods geest zweefde boven de wateren") als van de moderne natuurkunde; in de ultieme symbolen van (zelf)destructie (de waterstofbom en Hitler) én in wat door velen hoopvol als de energiedrager van een duurzame toekomst wordt gezien.[*]

Zie ook m'n blognotitie:
Intersubjectieve ruimte in drie octaven. 

Noot 

[*] Later toegevoegd: de vroegste fundamenten van het internet zijn gelegd als een poging een communicatie-netwerk te bouwen dat bestand zou zijn tegen een aanval met een atoombom (H-bom). 'Van H naar I', dus, gekscherend gedacht. De briljante oplossing: laat de ene verbindingskabel waarlangs een complete boodschap wordt verzonden als het ware 'van tevoren al exploderen' in een netwerk van talloze draadjes waarlangs de boodschap in fragmenten langs vele kronkelpaden wordt getransporteerd. Wat als het ware al in stukken ligt kan heel moeilijk kapot worden gebombardeerd. Dus een vorm van technologische zelfverdediging door middel van het anticiperen of gebruiken van de beweging van de aanvaller (oosterse vechtsport).

Illustraties:
Armando: Denkmal 13-9-05 (boven);
Anton Heyboer: The 7 Stones (tweede van boven).

Luciferine, ELISA, pesticiden

Omdat ik op deze blog ook volslagen waanzinnige gedachtensprongen toelaat (daarom heb ik eerder notities op deze plaats art-brutgedachten genoemd) , kan ik het volgende niet achterwege laten. Een staaltje 'ontdekken' dan wel 'verdwalen' via links & zoeken op internet. Rond de stukjes over fotosynthese hieronder (en daar weer onder), zocht ik op de combinatie "luciferine" en "zwavel". De eerste treffer die ik natrok bracht me op de volgende tekst:
Ons bezoek aan de KHLim in het kader van scientists at work heeft ons een aangename en leerrijke dag bezorgd. We hebben eerst van het diensthoofd biochemie een beetje algemene uitleg gekregen rond de dienstverlening die het instituut aan verschillende instellingen kan leveren.
Daarna werden we in een snel tempo wegwijs gemaakt in de principes van genetische manipulatie, monoklonale antistoffen en ATP-bepaling. Voor ons als prille vijfdejaars wel moeilijke leerstof.
Onze groep heeft vervolgens onder leiding van enthousiaste studenten vier verschillende onderzoeken gedaan.

Met een ELISA (=Enzym-Linked-Immuno-Sorbent- Assay) testten we de aanwezigheid van eiwit in een wafelextract. Dit was een test die de instelling ook al op aanvraag uitvoerde voor een baby die allergisch reageerde op eiwitten. Een tweede test toonde ons het opsporen van mycotoxine (=schimmeltoxine) via een ELISA-test. De derde test spoorde de aanwezigheid van pesticiden op in fruitstalen. Een vierde groepje ging Listeria bacteriën opsporen in voedsel.

Namiddag werkten we samen aan een ATP-bepaling. De ATP bepaling kan dienst doen als controle op hygiëne. Als het gaat om bacteriële verontreiniging of om cellen resten die achterblijven op een werkoppervlak zal er automatisch ook ATP achterblijven. Met een wattenstaafje swappen we een keukentoestel. De hoeveelheid ATP die we zo verzamelen wordt dan gemeten met een bioluminisentietest. De stof luciferine wordt samen met zuurstof en ATP door het enzyme luciferase (oorspronkelijk afkomstig uit vuurvliegjes) omgezet tot oxyluciferine, AMP, PP en licht. De hoeveelheid licht wordt dan gemeten in een fotospectrometer en is zo een maat voor de hoeveelheid ATP en de verontreiniging.
Wat wil nu het wonderlijke toeval:

- vanwege mijn autoimmuunziekte wordt teminste vier keer per jaar bij mij een ELISA-bepaling van antistoffen (ANCA) uitgevoerd;

- als mogelijke oorzaak van mijn autoimmuunziekte is voor mijn geestesoog regelmatig de blootstelling aan pesticiden opgedoken bij het - ik zat nog op de lagere school - 'lelieknoppen' op de velden van een oom; ik herinner me nog levendig dat we daar soms aan het werk werden gezet op percelen waar de bloemen nog nat waren van het gif, de gebruikte machine stond met druipende sproeiarmen aan de kant, je handen werden kleverig, er was geen stromend water op het land en de boterhammen moesten wel gegeten...
Deze speculatie is mede ingegeven door het feit dat twee volle neven van me, zonen van een broer, eveneens tuinder, van die eerste oom, dezelfde autoimmuunziekte hebben.

Fotosynthese en quantummechanica

Science, News, April 13, 2007

The wavelike motion of energetic particles through photosynthetic systems enables plants to efficiently capture the sun's energy.

[...] plants use the basic principle of quantum computing, [allowing] the near-perfect efficiency of plants in harvesting energy from sunlight and is likely to be used by all of them. It might also be copied usefully by researchers attempting to create artificial photosynthesis [...].